De x3 en x4 smash in padel: por tres en por cuatro uitgelegd
Wat zijn de x3 en x4 smash in padel? Uitleg over de regels, de uitvoering, het juiste moment en veelgemaakte fouten.

De x3 en de x4 zijn de twee spectaculairste smashes in padel: een kracht-slag waarbij de bal na de stuit uit de baan vliegt, zodat de tegenstander hem simpelweg niet meer kan terugspelen. Wie profwedstrijden kijkt, ziet ze regelmatig voorbijkomen, en commentatoren noemen ze bij hun Spaanse namen: por tres en por cuatro. In deze gids leggen we uit wat die smashes precies zijn, wat de regels erachter zijn, hoe je ze uitvoert en vooral wanneer je ze beter niet probeert.
Wat zijn de x3 en x4 smash?
Een gewone smash (lees hier de basis) wint een punt doordat de tegenstander de bal niet kan bereiken of terugspelen. De x3 en x4 zijn smashes met een duidelijk doel: de bal laten stuiten in het vak van de tegenstander en vervolgens over de rand van de baan laten verdwijnen. Bij een goed uitgevoerde x3 of x4 is het punt direct beslist, ook als de verdediger er vlak bij staat.
De namen verwijzen naar het aantal "contactmomenten" van de bal met de baan voordat die de baan verlaat. In de gangbare omschrijving gaat het om een smash die eerst de grond raakt en daarna via een wand de baan verlaat: bij de x3 richting de zijkant van de baan, bij de x4 richting de hoek of achterkant. Let op: in de praktijk worden de benamingen door spelers en trainers niet overal precies hetzelfde gebruikt. Het gaat om het idee erachter: bal eerst op de grond, dan weg over de wand.
Wat zeggen de regels?
De belangrijkste regel is simpel: een bal die je naar de overkant slaat, moet eerst in het vak van de tegenstander stuiten. Pas daarna mag hij de wand raken of de baan verlaten. Raakt de bal eerst de wand of het hek en dan pas de grond, dan is het een fout en verlies je het punt.
Gaat de bal na de eerste stuit over de wand of het hek de baan uit, dan is dat een geldig winnend punt voor de slagman. Dat is precies wat de x3 en x4 zo aantrekkelijk maakt. Er geldt daarbij één belangrijk detail: de bal moet echt over de rand de baan verlaten. Stuit hij tegen het metalen hekwerk en komt hij terug in het veld, dan speelt de rally gewoon door. Een hekwerk gedraagt zich anders dan glas, en juist daar gaan beginners de fout in.
Wil je de regels rond wanden en het glas verder doorlezen, kijk dan ook bij het glazenspel en de complete regelgids.
Waarom werkt deze smash zo goed?
In padel kan de verdediger veel hoge ballen terugspelen via de achterwand en de zijwand. Dat is de reden dat een gewone harde smash vaak terugkomt: de bal stuit, raakt het glas en komt weer in het spel. De x3 en x4 pakken precies dat tegen. Door de bal na de stuit richting de rand te sturen, ontneem je de verdediger de wand die hij nodig heeft. De bal komt niet terug in de baan, dus er valt niets meer te verdedigen.
Daarbij speelt ook mee dat de bal met veel topspin of een lichte sliced draai snel van richting verandert na de stuit. Dat maakt het lastig om de uitkomst in te schatten. Een verdediger die denkt "die komt wel terug" ziet de bal ineens over zijn hoofd verdwijnen.
De uitvoering stap voor stap
1. Positie en voetenwerk
Net als bij elke goede smash begint het met voetenwerk. Draai zijwaarts, loop met kleine pasjes onder de bal en zorg dat de bal licht voor je lichaam en iets aan de racketkant valt. Wie te dicht onder de bal staat, krijgt geen extensie en slaat de bal in het net of ver weg van het doel.
2. Racketvoorbereiding
Breng je racket omhoog, met de elleboog boven schouderhoogte. Je niet-speelhand wijst naar de bal. Dit helpt je om te richten én om je evenwicht te bewaren, iets wat je bij een krachtslag hard nodig hebt.
3. Het contactpunt
Raak de bal op het hoogste punt van je bereik, ruim voor je lichaam. Het contact is kort en explosief, met een polsbeweging die de bal van bovenaf naar voren en omlaag drijft. Voor de x3 mik je op een punt in het voorste deel van het tegenstandersvak, zo dat de bal na de stuit schuin richting de zijkant vertrekt. Voor de x4 mik je op de achterhoek, waarbij de bal door de stuit en zijn draai richting de achterkant loopt.
4. De stuit als doel
Denk niet aan de wand, maar aan de grond. De plek waar de bal stuit bepaalt de rest. Veel spelers die de x3 oefenen, concentreren zich op de wand en slaan daardoor te vroeg een fout. Mik op een vlek in de baan en laat de natuurkunde de rest doen.
5. Doorzwaaien en herstellen
Zwaai door naar de heup aan de andere kant en kom meteen terug in positie. Ook als je denkt dat het punt klaar is, kan de bal terugkomen. Een goede smash eindigt altijd met een speler die weer klaar staat.
Wanneer gebruik je de x3 of x4?
Deze smashes zijn wapens, geen standaardslag. Gebruik ze in de volgende situaties:
- De lob is kort of laag. Een lob die niet diep valt geeft je ruimte en tijd om onder de bal te komen. Dat is het ideale moment.
- Je staat dicht bij het net. Hoe dichter je bij het net staat, hoe steiler de hoek en hoe groter de kans dat de bal na de stuit snel de baan verlaat.
- Je staat met de rug niet naar het doel. Als je goed gepositioneerd bent en je gewicht naar voren kunt brengen, is de kans op een fout kleiner.
- De tegenstander staat diep. Staan beide verdedigers bij de achterwand, dan is de ruimte voor de stuit groot en is de bal lastig terug te halen.
Heb je weinig tijd, sta je ver van het net of komt de bal hoog en met veel wind, kies dan voor een veilige bandeja of vibora. In onze gids over de overheadkeuze staat een overzicht van hoe je tussen die slagen kiest.
Veelgemaakte fouten
- Te vroeg willen winnen. Wie bij elke lob een x3 probeert, geeft veel punten weg. Het is een slag voor het juiste moment.
- De bal eerst op de wand laten komen. Een slag die eerst het hek of glas raakt, is een fout. De stuit op de grond moet altijd eerst komen.
- Te veel kracht, te weinig controle. Een snelle smash die in het net belandt, wint niets. Zoek eerst plaatsing, dan snelheid.
- Het hekwerk vergeten. Op banen met hekwerk bovenop de glazen wand kan de bal terugspringen. Ken de baan waarop je speelt.
- Niet terugkeren naar positie. Na een mislukte x3 staat je partner alleen. Beweeg direct mee.
Zo oefen je de x3 en x4
Begin zonder tegenstander. Laat een trainingspartner of ballenmachine lobs op je spelen en richt je puur op de stuit: leg een handdoek of pion in het tegenstandersvak en probeer die te raken. Pas als je 7 van de 10 ballen op die plek krijgt, voeg je de gedachte aan de wand toe.
Oefen daarna vanaf verschillende posities: dicht bij het net, op de middenlijn en iets verder naar achteren. Je merkt snel waar je de bal nog met controle kunt drijven en waar je beter kiest voor een veiligere slag. Combineer dit met andere trainingsoefeningen om je smash in een rally te leren gebruiken.
Houd tot slot je schouder in de gaten. Een krachtige overheadslag belast de rotator cuff en elleboog. Warm goed op en bouw het aantal herhalingen rustig op; meer hierover lees je in onze gids over blessurepreventie.
Veelgestelde vragen
Is een bal die over het hek gaat altijd een punt?
Ja, mits hij eerst in het vak van de tegenstander is gestuit en daarna over de rand de baan verlaat. Raakt hij het hek en komt hij terug, dan gaat het spel door.
Mag ik de x3 ook als beginner leren?
Zeker, maar leer eerst de basissmash en de bandeja goed te beheersen. De x3 en x4 bouwen daarop voort en vragen om goede timing.
Waarom zien we deze smashes vooral bij de profs?
Profs hebben de kracht en controle om de bal vaak te laten landen waar ze willen. Bij recreatieve spelers is een vibora of bandeja met goede plaatsing meestal effectiever dan een riskante x3.
Wat is het verschil tussen een x3 en een x4?
Beide laten de bal eerst stuiten en daarna de baan verlaten. De x3 richt zich op de zijkant, de x4 op de hoek of achterkant. De exacte benaming verschilt per trainer, het principe is hetzelfde.
Samengevat
De x3 en x4 smash zijn geen trucjes maar het logische eindpunt van goed overheadspel: eerst de grond, dan de rand. Met goed voetenwerk, een hoog contactpunt en geduld in de keuze van het moment voeg je een krachtig wapen toe aan je spel. Begin klein, oefen de stuit en bouw uit. Zo wordt een spectaculaire profslag een realistische optie in je eigen wedstrijden.

Editor
Alejandro (32) groeide op in het Madrileense stadsdeel Chamberí, waar hij als kind al op de padelbaan stond met zijn oom Ricardo. Na zijn studie journalistiek aan de Universidad Complutense verhuisde hij in 2019 naar Amsterdam voor de liefde. Wat begon als gemis naar de Spaanse padelbanen werd al snel een missie: het Nederlandse publiek laten zien hoe groot padel écht is. Met zijn netwerk in het Spaanse padelcircuit en vloeiend Nederlands (met een licht accent, zegt hij zelf) schrijft hij over alles van Premier Padel-toernooien tot de opkomst van jong talent. Buiten het schrijven speelt hij competitie bij zijn lokale club in Amsterdam-Oost en droomt hij van een terugkeer naar het P2-circuit — als journalist, welteverstaan.
Bekijk profiel →Meer in de Padel Gids

Wanneer kies je welke overhead? Bandeja, víbora of smash in de praktijk

Wat is een rulo in padel? Techniek, effect en wanneer je hem speelt

De gancho in padel: techniek, timing en wanneer je hem inzet

De bajada in padel: techniek, timing en wanneer je hem inzet