Padelprofs in actie tijdens een intensieve toernooiweek op het internationale circuit
GevorderdenUitleg

Het seizoen van een padelprof: elf maanden, 22 resultaten en veel koffers

·8 min

Hoe ziet een jaar op het profcircuit er echt uit? Over de 22-resultatenregel, punten verdedigen, reizen en de keuzes die spelers elke week moeten maken.

Een padelprof speelt geen seizoen van augustus tot mei, zoals een voetballer. Het profpadel loopt in 2026 van begin februari tot half december, met toernooien op vijf continenten en nauwelijks een week waarin er nergens ter wereld om rankingpunten wordt gespeeld. Deze gids legt uit hoe dat seizoen in elkaar zit, waarom het puntensysteem spelers dwingt om te blijven spelen, en wat de kalender in de praktijk van een profpadeller vraagt.

Elf maanden, geen echte winterstop

De Qatar Airways Premier Padel Tour opende het seizoen 2026 begin februari in Riyad en sluit half december af met de Finals in Barcelona. Daartussen liggen 25 toernooien in zeventien landen. Daaronder ligt de CUPRA FIP Tour met ruim tweehonderd toernooien in 78 landen - bij elkaar bijna vierhonderd heren- en damesschema's.

Voor een individuele speler betekent dat niet dat hij elf maanden achter elkaar speelt. Wel dat er zelden een moment is waarop niets speelt, en dat elke rustweek een bewuste keuze is die punten kost. Dat is een wezenlijk andere situatie dan in sporten met een vaste competitiekalender en een afgebakend zomerreces.

Hoe een toernooiweek eruitziet

Een typische week op de FIP Tour begint met de kwalificatie op donderdag of vrijdag en eindigt met de finales op zondag. Grotere toernooien beginnen eerder: bij een Premier Padel P1 start de kwalificatie op zondag of maandag en wordt de finale de volgende zondag gespeeld.

Vrijwel alle toernooien op de FIP Tour zijn combined: heren en dames spelen in dezelfde week op dezelfde locatie. Dat scheelt organisatie en reiskosten, maar het betekent ook dat een speler die de kwalificatie in moet, vaak zes of zeven partijen in vijf dagen speelt om de finale te halen. In de hitte van een Spaanse zomer of een Aziatische indoorhal is dat een fysieke belasting die niet in de uitslagenlijst terug te zien is.

De regel van 22: waarom minder spelen geen optie is

De FIP-wereldranglijst telt de 22 beste resultaten van een speler op de Premier Padel Tour en de CUPRA FIP Tour samen. Dat getal is bepalender voor het gedrag van spelers dan welke andere regel ook.

Wie in de wereldtop staat, heeft aan de vier Majors, tien P1's en tien P2's al bijna een volle telling. Voor die spelers is de FIP Tour optioneel. Maar wie rond plek 100 tot 300 staat, komt niet in alle Premier Padel-hoofdschema's en moet de resterende plekken vullen met FIP Bronze-, Silver- en Gold-toernooien. Om aan 22 tellende resultaten te komen, spelen die spelers vaak dertig of meer toernooien per jaar - want niet elk toernooi levert een resultaat op dat de moeite van het meetellen waard is.

Het gevolg is een systeem dat volume beloont. Wie voorzichtig plant en veel rust neemt, ziet zijn positie zakken, ook als hij in de weken dat hij wel speelt goed presteert.

Punten verdedigen: de rollende 52 weken

De tweede regel die het seizoen bepaalt, is de verdediging. De ranglijst werkt met een doorlopende cyclus van 52 weken. De punten die je in week 35 van vorig jaar verdiende, verdwijnen automatisch wanneer week 35 van dit jaar aanbreekt, en worden vervangen door wat je dan presteert.

Dat maakt de kalender voor elke speler persoonlijk. Een speler die vorig jaar in september een Gold won, heeft dit jaar in diezelfde week 150 punten te verdedigen. Speelt hij niet, dan verliest hij die punten volledig. Speelt hij en verliest hij in de eerste ronde, dan verliest hij ze bijna volledig. Dat verklaart waarom spelers soms met een blessure toch in het vliegtuig stappen naar een toernooi dat er op papier niet toe lijkt te doen.

Voor de kijker is een toernooi een losstaand evenement. Voor de speler is het een week waarin hij een bedrag aan punten kan verliezen dat een jaar eerder al is vastgelegd.

Reizen: de belasting die niet in de statistieken staat

De geografische spreiding van het circuit is de afgelopen jaren enorm toegenomen. In 2026 organiseerde de FIP Tour voor het eerst toernooien in zeventien nieuwe landen, waaronder Cambodja, Vietnam, Kenia, Senegal, Marokko, Hongarije, Polen en Letland. Dat is goed voor de groei van de sport, maar het maakt de logistiek voor spelers zwaarder.

Eind augustus 2026 leverde dat een treffend voorbeeld op. In tien dagen tijd stonden er FIP Gold-toernooien in Mexico, Servie en de Verenigde Staten op de kalender, terwijl in Madrid de kwalificatie van een P1 begon en in Nederland een gecombineerd Silver- en Bronze-toernooi liep. Een speler die op alle fronten punten wil pakken, moet kiezen - en die keuze gaat over tijdzones, vluchttijden en herstel, niet alleen over tegenstanders.

De rekening daarvan is vooral zichtbaar bij de subtop. Wie in de wereldtop staat, vliegt met een team en een fysiotherapeut. Wie rond plek 200 staat, boekt zijn eigen vluchten, deelt een hotelkamer met zijn partner en betaalt de reis uit eigen zak of uit een bescheiden sponsorbudget.

Nog een keuze: circuit of nationale ploeg

Bovenop de reguliere kalender komen de landentoernooien. Het WK voor landenteams, de Europese kampioenschappen en sinds 2026 ook multisportevenementen zoals de Middellandse Zeespelen trekken spelers weg bij het circuit. Die evenementen leveren doorgaans geen of nauwelijks FIP-rankingpunten op, maar wel nationale prestige - en voor sommige spelers een bondsvergoeding of subsidie.

Voor een speler die om zijn plek in de top honderd vecht, is dat een reeel dilemma: een week nationale ploeg is een week zonder punten, terwijl de verdediging gewoon doortikt.

Als de kalender zelf verandert

Het seizoen ligt bovendien nooit helemaal vast. In 2026 pasten Premier Padel en de FIP het schema halverwege het jaar aan nadat een Major werd uitgesteld: het toernooi in Pretoria ging van P2 naar P1 en dat in Koeweit van P1 naar Major, uitsluitend voor dat seizoen. De motivatie was expliciet het herstellen van de balans in prijzengeld en rankingpunten, zodat spelers niet de dupe zouden worden van een uitgevallen toernooi.

Dat soort ingrepen worden besproken met de zogeheten Steering Committees, waarin twintig belanghebbenden uit elf groepen zitten - spelers, organisatoren, sponsors en omroepen. Het laat zien dat de kalenderdruk inmiddels een bestuurlijk onderwerp is, geen achtergrondruis.

De Nederlandse werkelijkheid

Voor Nederlandse spelers ziet het seizoen er weer anders uit. De meesten combineren internationale toernooien met lesgeven, clubactiviteiten en de nationale competitie. Een volledig internationaal programma van dertig toernooien is voor vrijwel niemand financieel haalbaar zonder sponsor: op FIP Bronze- en Silver-niveau is het prijzengeld lager dan de reis- en verblijfkosten.

De praktische strategie is daarom bijna altijd dezelfde: bouw het seizoen rond de toernooien die dicht bij huis liggen, en reis alleen af naar het buitenland voor weken waarin de kans op punten reeel is. Dat Nederland inmiddels meerdere FIP-toernooien per jaar organiseert, verandert de rekensom van de hele Nederlandse subtop.

Wat kost zo'n seizoen?

De kalender is niet alleen een fysiek vraagstuk, maar vooral een financieel vraagstuk. Een toernooiweek in het buitenland kost een speler al snel een vliegticket, vier tot zeven hotelnachten, vervoer ter plaatse en eten. Bij een FIP Bronze met een totaal prijzengeld van ongeveer €8.500, verdeeld over een heel schema, haalt zelfs de winnaar die kosten er zelden uit.

Pas vanaf FIP Gold, met prijzenpotten die richting €50.000 lopen, wordt een goede week financieel interessant. En pas op de Premier Padel Tour, waar een P2 een prijzengeld van enkele honderdduizenden euro's kent en een Major over het miljoen gaat, kun je van uitslagen leven.

Dat verklaart waarom vrijwel elke speler buiten de wereldtop een tweede inkomstenbron heeft: lesgeven, clinics, clubwerk of een sponsorcontract dat vooral op zichtbaarheid is gebaseerd. Het beeld van de rondreizende prof die van prijzengeld leeft, klopt voor een paar tientallen spelers ter wereld.

Vier vuistregels waarmee spelers hun jaar plannen

Hoewel elke speler zijn eigen situatie heeft, komen dezelfde afwegingen steeds terug.

  1. Begin bij de verdediging. Zet eerst in de kalender welke weken vorig jaar punten opleverden. Die weken zijn niet vrijblijvend; ze bepalen het minimum aan toernooien dat je moet spelen om stil te blijven staan.
  2. Cluster geografisch. Twee of drie toernooien in dezelfde regio achter elkaar spelen scheelt vluchten, jetlag en kosten. Daarom zie je op de kalender vaak blokjes: een Aziatische reeks, een Zuid-Amerikaanse reeks, een Scandinavische reeks.
  3. Kies je categorie op basis van je ranking, niet je ambitie. Inschrijven voor een Gold waarin je de kwalificatie niet doorkomt, levert minder op dan een Silver waarin je de kwartfinale haalt. Veel spelers verliezen punten door structureel een niveau te hoog te mikken.
  4. Plan herstel in als vaste afspraak. Wie rustweken pas inplant wanneer het lichaam erom vraagt, plant ze te laat. In een systeem dat volume beloont, is bewust niet spelen een actieve beslissing die je vooraf moet nemen.

Wat je hier als recreant aan hebt

Ook zonder ambitie om prof te worden, verandert deze kennis hoe je naar de sport kijkt.

  • Je begrijpt afmeldingen beter. Als een topkoppel zich terugtrekt uit een toernooi, is dat zelden desinteresse. Meestal is het een rekensom over herstel en te verdedigen punten.
  • Je leest de ranglijst anders. Een speler die stijgt zonder te winnen, verdedigde in die periode simpelweg weinig. Een speler die zakt na een goed toernooi, verloor een groter resultaat van een jaar eerder.
  • Je snapt waarom koppels wisselen. Als beide spelers een verschillend verdedigingsschema hebben, botsen hun kalenders. Dat is een van de onderschatte redenen achter koppelwissels halverwege het seizoen.
  • Je kunt je eigen planning beter maken. Het principe geldt ook op clubniveau: te veel wedstrijden zonder hersteldagen leidt tot slechtere prestaties en meer blessures. Dat is precies wat het profcircuit elk jaar opnieuw laat zien.

Samengevat

Het padelseizoen loopt elf maanden, telt op het hoogste niveau 25 toernooien en daaronder ruim tweehonderd, en wordt geregeerd door twee regels: de 22 beste resultaten tellen, en punten verdwijnen precies een jaar na de dag dat je ze verdiende. Die combinatie maakt rust duur en aanwezigheid goedkoop. Dat verklaart de volle vliegtuigen, de opgelapte enkels en de koppels die in augustus in Mexico spelen en in september in Madrid staan.

Alejandro Reyes García
Alejandro Reyes García

Editor

Alejandro (32) groeide op in het Madrileense stadsdeel Chamberí, waar hij als kind al op de padelbaan stond met zijn oom Ricardo. Na zijn studie journalistiek aan de Universidad Complutense verhuisde hij in 2019 naar Amsterdam voor de liefde. Wat begon als gemis naar de Spaanse padelbanen werd al snel een missie: het Nederlandse publiek laten zien hoe groot padel écht is. Met zijn netwerk in het Spaanse padelcircuit en vloeiend Nederlands (met een licht accent, zegt hij zelf) schrijft hij over alles van Premier Padel-toernooien tot de opkomst van jong talent. Buiten het schrijven speelt hij competitie bij zijn lokale club in Amsterdam-Oost en droomt hij van een terugkeer naar het P2-circuit — als journalist, welteverstaan.

Bekijk profiel →