Je eerste NRL-toernooi: zo werkt het P100-, P250- en P500-circuit
Een NRL-toernooi is meer dan een clubtoernooi: je speelt om punten voor de landelijke ranglijst. Zo schrijf je in, zo kies je de juiste categorie en dit kun je op de dag zelf verwachten.

Je speelt al een tijdje competitie, je hebt een rating waar je tevreden over bent, en dan hoor je op de club dat er een NRL P100 wordt georganiseerd. Meedoen? Misschien. Maar wat is een NRL-toernooi precies, mag jij er zomaar aan meedoen, en wat gebeurt er als je in de eerste ronde tegen iemand uit de nationale top loot? Deze handleiding neemt je stap voor stap mee door je eerste ranglijsttoernooi — van inschrijving tot de zondag waarop je met of zonder punten naar huis rijdt.
Wat is een NRL-toernooi?
NRL staat voor Nationale Ranglijst. Een NRL-toernooi is een officieel KNLTB-padeltoernooi waarbij de resultaten meetellen voor je positie op de landelijke ranglijst. Dat onderscheidt het van het gemiddelde clubtoernooi: wie ver komt in een NRL-toernooi, klimt op een lijst waar heel padellend Nederland op staat.
De naam die je in de praktijk het vaakst hoort, is niet "NRL" maar de categorie: P100, P250 of P500. De P staat voor punten — het aantal ranglijstpunten dat de winnaar krijgt. Een P500 is de zwaarste categorie en trekt de sterkste velden, een P250 zit daartussenin, en een P100 is de instap. Wie voor het eerst ranglijstpunten wil pakken, begint vrijwel altijd bij een P100.
Belangrijk om te snappen: de ranglijst en je speelsterkte zijn twee verschillende systemen. Je speelsterkte (of rating) wordt berekend over al je officiële wedstrijden, inclusief competitie. De ranglijst kent alleen punten toe voor toernooiresultaten in de P-categorieën. Je kunt dus een uitstekende competitiespeler zijn en toch nergens op de ranglijst staan — simpelweg omdat je nooit een P-toernooi hebt gespeeld.
Stap 1: Zorg dat je mag inschrijven
Om aan een KNLTB-ranglijsttoernooi mee te doen, heb je een van deze twee dingen nodig: een lidmaatschap bij een KNLTB-vereniging, of een KNLTB-toernooipas. Die toernooipas kost rond de 25 euro per jaar en is bedoeld voor spelers die niet bij een club zitten maar wel officieel willen spelen. Zonder een van beide kom je niet door de inschrijving heen.
Daarnaast heb je een KNLTB-relatienummer nodig — je persoonlijke ID. Dat krijg je automatisch bij je lidmaatschap of toernooipas. Met dat nummer log je in op MijnKNLTB, en daar verloopt de hele inschrijving.
Tot slot: je hebt een partner nodig. Padel-ranglijsttoernooien worden in dubbel gespeeld, in aparte schema's voor heren en dames. Je schrijft je als koppel in, en beide spelers moeten aan dezelfde eisen voldoen. Zoek je partner ruim van tevoren — populaire toernooien zitten binnen een paar dagen vol.
Stap 2: Kies het juiste toernooi voor jouw niveau
Hier gaan beginnende toernooispelers het vaakst de mist in. Een P-toernooi is geen open evenement waar iedereen welkom is; het is het topsegment van het Nederlandse toernooicircuit. Vanaf 2026 is de indeling helderder geworden: het aanbod voor spelers met speelsterkte 1 en 2 zit in de P-toernooien, categorie 3 is losgekoppeld tot een eigen segment, en de speelsterktes 3 tot en met 9 hebben hun eigen categorietoernooien.
In gewone taal: als jij op speelsterkte 6 speelt, is een P500 niet jouw toernooi. Je schrijft dan in voor een categorietoernooi in jouw speelsterkte, waar je tegen spelers van vergelijkbaar niveau uitkomt. Dat levert geen ranglijstpunten op, maar wel wedstrijden waar je iets van leert en resultaten die meetellen voor je rating.
Ben je speelsterkte 1 of 2 en overweeg je de stap naar het ranglijstcircuit, dan is de volgorde bijna altijd: eerst een P100, dan pas een P250. Een P100 in je eigen regio met een overzichtelijk deelnemersveld is de beste eerste ervaring. Je vindt het aanbod via MijnKNLTB, waar je kunt filteren op categorie, datum en afstand.
Stap 3: Schrijf je in en bekijk het deelnemersveld
De inschrijving loopt via MijnKNLTB. Je selecteert het toernooi, kiest het onderdeel (herendubbel, damesdubbel of soms gemengd), vult je partner in en betaalt het inschrijfgeld. Dat ligt bij de meeste toernooien tussen de 20 en 40 euro per persoon.
Na de sluitingsdatum publiceert de toernooileiding het deelnemersveld en de loting. Dit is het moment waarop het echt wordt: je ziet tegen wie je in de eerste ronde speelt en waar je in het schema zit. Bij P-toernooien worden de hoogst geplaatste koppels uit elkaar gezet, zodat de sterkste koppels elkaar pas in de latere rondes treffen. Loot je meteen tegen een geplaatst koppel, dan is dat pech — maar ook meteen de beste maatstaf die je kunt krijgen.
Let goed op het speelschema. Ranglijsttoernooien lopen vaak over een weekend of over meerdere dagen, en het is niet ongebruikelijk dat je op één dag twee of drie wedstrijden speelt. Houd je agenda vrij en reken op lange dagen.
Stap 4: Zo verdien je punten
De puntenverdeling werkt eenvoudig: hoe verder je komt, hoe meer punten je krijgt. De winnaar van een P100 pakt 100 punten, de winnaar van een P250 pakt er 250 en de winnaar van een P500 pakt er 500. Elke ronde die je overleeft levert een deel van dat maximum op, en de exacte verdeling per ronde publiceert de KNLTB per categorie.
Voor je ranglijstpositie geldt het best-of-10-principe: van alle toernooien die je in een jaar speelt, tellen alleen je tien beste resultaten mee. Speel je er vijftien, dan vallen je vijf slechtste weg. Dat systeem beloont consistentie en zorgt ervoor dat één slecht toernooi je niet terugwerpt. Punten blijven precies een kalenderjaar staan en vervallen daarna automatisch — je moet dus actief blijven spelen om je positie te behouden.
Er is nog een detail dat verrassend veel spelers over het hoofd zien: bij P500-toernooien is prijzengeld verplicht, en ook bij P250- en P100-toernooien geldt een minimum prijzenpot voor het heren- en damesdubbel. Bij de overige categorieën bepaalt de organisatie zelf of er prijzengeld is. Reken er niet op dat je je inschrijfgeld terugverdient, maar in de hoogste categorieën staat er wel degelijk iets op het spel.
Stap 5: Wat je op de dag zelf kunt verwachten
Een NRL-toernooi voelt anders dan competitie. Je speelt niet voor een team maar met z'n tweeën, er staat geen invaller klaar, en de sfeer langs de baan is geconcentreerder. Een paar praktische dingen die het verschil maken:
Meld je ruim op tijd. Speeltijden schuiven. Kom minstens drie kwartier voor je geplande aanvangstijd en meld je bij de wedstrijdtafel.
Neem meer mee dan je denkt nodig te hebben. Twee rackets als je ze hebt, extra grips, een tweede shirt, eten en drinken. Bij twee of drie wedstrijden op een dag is verzorging geen luxe.
Speel met de partner met wie je hebt getraind. De grootste winst in een toernooiweekend zit niet in je slagen maar in je afstemming: wie neemt de bal door het midden, wie loopt bij op de lob, wanneer wissel je van kant. Dat regel je niet ter plekke.
Verwacht een hoger tempo. Zeker in een P-toernooi ligt het niveau boven het competitiegemiddelde. Dat is geen reden om anders te gaan spelen — de klassieke fout is dat spelers harder gaan slaan omdat de tegenstander beter is. Blijf bij je eigen spel en dwing fouten af.
Veelgestelde vragen
Kan ik meedoen zonder ranglijstpositie?
Ja. Iedereen begint op nul. Je hebt geen bestaande punten nodig om in te schrijven, alleen de juiste speelsterkte voor de categorie waarin het toernooi wordt gespeeld.
Tellen mijn competitiewedstrijden mee voor de ranglijst?
Nee. Voor- en najaarscompetitie tellen mee voor je rating en speelsterkte, maar leveren geen ranglijstpunten op. Hetzelfde geldt voor promotietoernooien.
Wat als mijn partner afzegt?
Meld het direct bij de toernooileiding. Voor de sluitingsdatum kun je meestal een vervanger opgeven; daarna hangt het af van het toernooireglement en de coulance van de organisatie.
Moet ik ver reizen voor een P100?
Steeds minder. Waar het ranglijstcircuit lang geconcentreerd was in de Randstad, organiseren nu ook kleinere verenigingen door het hele land P100-toernooien. De groei van het aantal padelbanen in Nederland heeft het aanbod flink verbreed.
Is een P-toernooi de moeite waard als ik niet ga winnen?
Voor de meeste deelnemers is het antwoord ja. Je speelt tegen niveaus die je in de competitie zelden tegenkomt, je ziet precies waar je spel tekortschiet, en je bouwt een netwerk van spelers en partners op. De punten zijn een bijvangst — de wedstrijdervaring is de eigenlijke opbrengst.
Van je eerste P100 naar een ranglijstpositie
Wie serieus wil klimmen, moet rekenen. Met het best-of-10-systeem heeft het weinig zin om één toernooi per jaar te spelen en te hopen op een goede week. Spelers die stijgen, plannen een reeks toernooien over het seizoen, kiezen bewust categorieën waar ze rondes kunnen winnen, en spelen met een vaste partner.
Begin klein. Een P100 in de buurt, een partner met wie je een half seizoen hebt getraind, en de bereidheid om in de eerste ronde te verliezen. De ranglijst is een lange lijn — en die begint bij één inschrijving op MijnKNLTB.
Hoofdredacteur
Erik speelt anderhalf jaar padel en is sindsdien verslaafd. Met een achtergrond in de uitgeverijwereld combineert hij zijn liefde voor publishing met de snelst groeiende sport van Nederland. Padel houdt hem fit, scherp en altijd op zoek naar het volgende potje.
Bekijk profiel →


