De grip in padel: zo pak je je racket goed vast
De manier waarop je je padelracket vasthoudt bepaalt je hele spel. Leer de continental grip en wanneer je een andere grip overweegt.

De manier waarop je je padelracket vasthoudt is misschien wel het belangrijkste fundament van je spel. Een goede grip geeft je controle, voorkomt blessures en zorgt ervoor dat je snel kunt schakelen tussen forehand, backhand en volley. Toch besteden veel beginners er nauwelijks aandacht aan — ze pakken hun racket op zoals het goed voelt en spelen erop los. In deze guide leggen we uit welke grip je wél moet gebruiken, hoe je die vindt, en waarom het zo’n verschil maakt.
Waarom de grip zo belangrijk is
In padel heb je geen tijd om je grip aan te passen tussen slagen. De bal komt snel, de afstanden zijn kort, en je moet binnen een fractie van een seconde kunnen reageren met zowel je forehand als je backhand. Anders dan in tennis, waar je tussen punten je grip kunt veranderen, vraagt padel om één veelzijdige grip die voor vrijwel alle slagen werkt. Die grip is de continental grip.
Een verkeerde grip leidt niet alleen tot minder controle en minder precisie, maar vergroot ook het risico op blessures. Een te gesloten grip (met je hand te ver naar de forehand-kant gedraaid) belast je pols en elleboog onnodig — veel gevallen van een tenniselleboog bij padellers zijn te herleiden naar een verkeerde grip.
De continental grip: de basis
De continental grip, ook wel de hamergreep genoemd, is dé standaardgrip in padel. Je gebruikt hem voor je volley, je bandeja, je víbora, je smash, je opslag, en in principe ook je forehand en backhand. Eén grip voor bijna alles — dat is de kracht ervan.
Zo vind je de continental grip:
De eenvoudigste manier: pak je racket op alsof je een hamer vastpakt waarmee je een spijker in de muur slaat. Je hand zit bovenop het handvat, met de zijkant van je wijsvinger tegen de bovenkant van het handvat. De V-vorm tussen je duim en wijsvinger loopt over de bovenste rand (de “bevel”) van het handvat.
Een andere manier om het te checken: leg je racket plat op tafel met het slagvlak evenwijdig aan het tafelblad. Pak het handvat nu op zonder het racket te draaien — de grip die je nu hebt, is de continental grip.
Checklist voor de juiste positie: je duim ligt plat tegen de achterkant van het handvat en is niet om het handvat heen gewikkeld. Je vingers zijn licht gespreid en niet te strak samengeknepen. Er zit een klein beetje ruimte tussen je handpalm en het handvat, alsof je een ei vasthoudt dat je niet wilt breken. Je pols is in een neutrale, ontspannen positie.
Hoe stevig moet je vasthouden?
Een van de meest voorkomende fouten bij beginners is te hard knijpen. Een te strakke grip blokkeert de natuurlijke beweging van je pols, vermindert je “feel” op de bal en leidt sneller tot vermoeidheid in je onderarm.
Stel je een schaal voor van 1 tot 10, waarbij 1 zo los is dat het racket uit je hand valt en 10 zo hard als je kunt knijpen. De ideale spanning voor de meeste slagen ligt rond de 4-5: stevig genoeg om controle te houden, los genoeg voor polsbeweging. Op het moment van impact mag je even wat steviger knijpen (richting 7), om daarna direct weer te ontspannen.
Profspelers noemen dit “relax-squeeze-relax”: ontspannen vasthouden, kort aanspannen bij het slaan, en meteen weer loslaten. Probeer hier bewust op te letten tijdens je volgende training.
Veelgemaakte fouten
De tennisgrip meenemen. Veel spelers die van tennis komen, houden hun racket met een eastern forehand grip — de hand iets meer naar de forehand-kant gedraaid. Dat werkt prima voor een tennisforehand, maar in padel mis je daarmee de veelzijdigheid voor snelle backhand-wissels en volleys aan het net.
De pan-greep. Sommige beginners houden hun racket vast als een koekenpan, met de palm plat onder het handvat. Dit maakt het vrijwel onmogelijk om een goede backhand te slaan en beperkt je bereik enorm.
Te hoog of te laag op het handvat. Je hand hoort aan het uiteinde van het handvat te zitten, met de onderkant van je hand (waar je pols begint) gelijk met het uiteinde van het handvat. Te hoog grijpen kost je bereik en hefboomwerking. Te laag betekent dat je vingers over het uiteinde hangen, wat oncomfortabel is en je grip instabiel maakt.
Het racket draaien tijdens het spel. Controleer regelmatig of je grip nog op de juiste positie zit. Tijdens het spelen — zeker als je bezweet raakt — heeft je racket de neiging om langzaam in je hand te draaien. Een goede overgrip helpt hierbij: die geeft extra houvast en absorbeert zweet.
Wanneer wijk je af van de continental grip?
In principe: zo min mogelijk. De continental grip is in padel de universele grip, en de meeste coaches raden aan om hem bij elke slag te gebruiken, zeker als beginner of gevorderde recreant.
Op hoog niveau gebruiken sommige spelers een lichte eastern forehand grip (de hand iets met de klok mee gedraaid ten opzichte van de continental) voor forehands vanuit het achterveld. Dit geeft iets meer topspin en power, maar maakt de overstap naar backhand en volley trager. Het is een bewuste keuze van gevorderde spelers die de extra fractie van een seconde kunnen compenseren met snelheid en anticipatie.
Een eastern backhand grip (de hand licht tegen de klok in gedraaid) wordt soms gebruikt voor backhands met extra slice of controle. Ook dit is een aanpassing voor gevorderden, niet voor beginners.
De vuistregel: als je nog geen twee jaar speelt, blijf bij de continental grip voor alles. Als je langer speelt en merkt dat je forehand meer power nodig heeft, experimenteer dan voorzichtig met een lichte aanpassing — maar maak het geen gewoonte om constant van grip te wisselen.
De overgrip: onderschat maar essentieel
Een goede grip begint bij een goede overgrip. De overgrip is het dunne bandje dat je om het handvat van je racket wikkelt. Het zorgt voor extra houvast, absorbeert zweet en bepaalt hoe het racket aanvoelt in je hand.
Wissel je overgrip regelmatig — bij intensief spelen elke twee tot vier weken, of vaker als je veel zweet. Een gladde, versleten overgrip is de snelste manier om controle te verliezen. Let ook op de dikte: een dikkere overgrip vergroot de omvang van het handvat, wat sommige spelers prettig vinden maar voor anderen te grof aanvoelt. Probeer verschillende merken en diktes om te ontdekken wat bij jou past.
Oefentip: grip-check bij elke training
Maak er een gewoonte van om aan het begin van elke training je grip bewust te checken. Pak je racket op met de continental grip, controleer de positie van je V-vorm, voel of je ontspannen vasthoud, en sla een paar ballen tegen het glas om het gevoel te kalibreren. Na een tijdje wordt de juiste grip vanzelf automatisch — maar in de beginfase is bewuste herhaling de sleutel.
Een handige truc: teken met een stift een klein stipje op de bevel van je handvat waar je V-vorm hoort te zitten. Zo kun je tijdens het spel met een snelle blik checken of je grip nog goed zit.
Hoofdredacteur
Erik speelt anderhalf jaar padel en is sindsdien verslaafd. Met een achtergrond in de uitgeverijwereld combineert hij zijn liefde voor publishing met de snelst groeiende sport van Nederland. Padel houdt hem fit, scherp en altijd op zoek naar het volgende potje.
Bekijk profiel →


