Jonge padelspelers geven elkaar een fist bump op een outdoor padelbaan tijdens een training
Columns

Nederlands padeltalent meet zich met Europa in Porto, maar de echte strijd is thuis

·4 min

Op de Europese jeugdvelden in Porto klinkt deze week de toekomst van het padel. Voor Nederlands talent ligt de grootste horde alleen niet op de baan.

Deze week kijk ik met een schuin oog naar Porto. Daar speelt sinds zaterdag de FIP Junior Euro Padel Cup, het Europese landentoernooi voor de jeugd, met teams in de categorieën onder 14, onder 16 en onder 18. Het is precies het soort podium waar je wilt dat Nederlandse talenten staan: tegen leeftijdsgenoten uit Spanje, Italië en buurland België, dat zich op basis van het vorige EK al rechtstreeks voor de Final 8 plaatste. Want daar, tegen de allerbesten van je eigen generatie, leer je in een week meer dan in een half jaar thuis.

En precies daar zit het probleem van de Nederlandse padeljeugd. Niet op de baan, maar eromheen.

Het talent is er

Laat ik beginnen met het goede nieuws, want dat is er. Toen NOS afgelopen najaar de balans opmaakte rond het P1-toernooi in Ahoy, stond Thomas Panken dertiende op de wereldranglijst bij de onder 18. Bij de onder 14 deden Sam Burghouwt (38e) en Eleana Bakker (46e) volop mee. Van Bakker, op haar dertiende al Nederlands kampioen bij de onder 14, wordt veel verwacht. Dat zijn geen verdwaalde namen onderaan een lijst. Dat is een generatie die internationaal meekomt.

Het enthousiasme is er ook. Op steeds meer middelbare scholen kiezen kinderen padel als optie bij gym, en volgens John van Lottum, directeur van het Rotterdamse Premier Padel-toernooi, is het vaak de favoriete keuze. "Kinderen pikken het snel op en krijgen direct de wow-factor." Wie de Nederlandse top van 2026 volgt, ziet dat de basis onder die top breder wordt.

Maar de doorstroom stokt

Hier wordt het lastiger. Want talent hebben is één ding, talent laten doorgroeien is iets heel anders. En juist op dat punt loopt Nederland vast.

Het eerlijkst was Eleana Bakker zelf. In Nederland, zei ze, is het moeilijk om constant op hoog niveau te trainen, simpelweg omdat er te weinig sterke leeftijdsgenoten zijn. Daarom speelt ze soms maar toernooien tegen senioren. In Spanje trainde ze afgelopen mei in groepen met de beste jeugd van het land. Daar liggen op pleintjes gratis betonnen padelbaantjes waar je zo naar binnen loopt. Straatpadel, noemde ze het, net als de voetbalkooitjes hier.

Vergelijk dat eens met de Nederlandse realiteit, waar een baan huren al snel dertig tot veertig euro per uur kost. Bondscoach Ivo van Dijk, die met de jeugdteams werkt, ziet die kosten als een echte drempel. Hij noemt het een tijdelijk probleem, een fase op de golf van de groei, met sponsoren die instappen. Ik hoop dat hij gelijk heeft. Maar ik zie ook dat de allerbesten ter wereld op hun derde of vierde al een racket vasthielden, en dat haal je niet zomaar in met een paar trips per jaar.

Wat de echte sprong tegenhoudt

Van Dijk was er nuchter over: het verschil tussen de mondiale top 150 en de top 30 is enorm. "De echte toppers zijn begonnen op de leeftijd van drie à vier jaar, dat zit in hun DNA en cultuur verweven. Of dat deze generatie lukt? Ik betwijfel het." Dat is geen doemdenken, dat is een coach die precies weet waar de lat ligt.

De spelers zoeken intussen hun eigen wegen. Thijs Roper, op zijn twintigste de nummer één van Nederland, verhuisde naar Spanje om zich tussen de wereldtop te ontwikkelen. De negentienjarige Mats Groen regelde met zijn tweelingbroer Kai sponsors om volgend jaar bijna alle internationale toernooien te kunnen spelen die ze willen. Geen studie, alleen padel. Dat zijn keuzes die je op die leeftijd alleen maakt als de infrastructuur thuis je niet genoeg biedt.

En nu, KNLTB?

Hier komt mijn ongemak. De KNLTB doet dingen goed: er is een nationale jeugdselectie die twee keer per week traint op Sportclub Houten, er is een scoutingsprogramma, en er is een jeugdprogramma voor kinderen vanaf zes jaar. Maar de bond organiseert volgens de spelers zelf maar zo'n één à twee internationale trips per jaar, met de nadruk op de lange termijn. Voor een jeugdspeler die nú ervaring moet opdoen tegen leeftijdsgenoten, is dat weinig.

Van Lottum legde de bal nadrukkelijk bij de bond: los het baantekort op, maak de sport toegankelijker, faciliteer de groei. Daar ben ik het mee eens. Zolang padel in Nederland een dure, commerciële sport blijft waar je per uur voor afrekent en het baantekort sneller groeit dan het aanbod, blijft het een sport voor wie het kan betalen. En dan filter je talent niet op vaardigheid, maar op de portemonnee van de ouders. Ben je zelf ouder en wil je je kind laten beginnen? In onze gids Padel voor beginners lees je hoe je start.

Het bemoedigende slotwoord laat ik aan de Argentijn Maxi Sánchez Blasco, ervaren prof en destijds nummer 93 van de wereld, die de Nederlanders in Rotterdam aan het werk zag. "Ondanks dat padel hier pas later een trend werd, stijgt het niveau van de Nederlanders snel."

Snel genoeg om straks zelf bij die rechtstreeks geplaatste landen in Porto te horen, in plaats van in de kwalificatie? Dat hangt niet alleen af van de kinderen die deze week spelen. Dat hangt af van wat wij ze de komende jaren bieden. Ik ben benieuwd of we die handschoen oppakken.

Gerelateerde padeltopics

Groei

Groei is het centrale thema dat de razendsnelle expansie van padel in Nederland en wereldwijd beschrijft. De cijfers voor 2025 spreken boekdelen: 876.000 Nederlanders speelden padel, verspreid over 2.828 banen op 627 locaties. Het aantal aanbieders groeide met vijftien procent en het aantal banen met vijfentwintig procent. De KNLTB mikt op een miljoen actieve spelers in 2026. De groei van padel manifesteert zich op meerdere niveaus: fysiek door de aanleg van honderden nieuwe banen per jaar, commercieel door de professionalisering van padelcentra, sportief door het stijgende niveau van competities met bijna 74.000 wedstrijdspelers, en maatschappelijk door de toenemende diversiteit van de spelerspopulatie. Noord-Brabant telt de meeste banen in Nederland, terwijl Noord-Holland de snelste groei doormaakt. De keerzijde van snelle groei verdient aandacht: marktverzadiging in bepaalde regios, kwaliteitsvraagstukken bij haastige baanaanleg en de uitdaging om het aantal speellocaties gelijk te laten lopen met de spelersgroei. De groei wordt gevoed door het sociale en toegankelijke karakter van padel en de sterke community die spelers opbouwen.

KNLTBSinds 1899

De KNLTB is de officiële koepelorganisatie voor tennis, padel en pickleball in Nederland. Opgericht in 1899 is de bond een van de grootste sportorganisaties van het land met meer dan 1.600 aangesloten clubs. Sinds 2020 vallen alle padelactiviteiten onder de KNLTB-vlag, wat de bond tot de centrale speler in de Nederlandse padelgroei maakt. De KNLTB organiseert nationale en regionale padelcompetities die explosief groeien: de voorjaarscompetitie 2026 telt meer dan 7.400 teams, een stijging van 1.100 ten opzichte van het voorgaande jaar. In 2026 is het competitieaanbod verder uitgebreid met een apart herendubbel en nieuwe jeugdformaten, terwijl de zomercompetitie van eind mei tot eind juni loopt met vijf speelrondes. De KNLTB beheert de officiële Nederlandse padelranglijsten, coördineert de Eredivisie Padel en organiseert jaarlijks het EY NK Padel tijdens de Dutch Padel Week. In 2026 introduceert de bond het Star Point-scoresysteem conform de internationale FIP-standaard. Voor padelliefhebbers in Nederland is de KNLTB het centrale aanspreekpunt voor competities, regelgeving en de structurele groei van de sport.

NederlandAmsterdam, NL

Nederland behoort tot de snelst groeiende padellanden ter wereld en is het epicentrum van de sport in Noordwest-Europa. Volgens het rapport Padel in Cijfers telde Nederland in 2025 maar liefst 876.000 actieve padelspelers, verdeeld over meer dan 3.600 banen bij ruim 677 locaties. Het aantal banen groeide met 25 procent en het aantal aanbieders met 15 procent, al stijgt de vraag naar speeltijd nog sneller dan het aanbod, vooral in dichtbevolkte gebieden als Noord-Holland. De KNLTB coordineert alle padelcompetities in Nederland, waaronder de voorjaarscompetitie met meer dan 7.400 teams in 2026. Het competitieaanbod is uitgebreid met een apart herendubbel en nieuwe jeugdformaten, wat de verbreding van de sport weerspiegelt. Nederland host internationale topsportevenementen zoals het Premier Padel Rotterdam in Rotterdam Ahoy en het jaarlijkse EY NK Padel tijdens de Dutch Padel Week. De innovatiekracht van Nederlandse ondernemers heeft geleid tot baanbrekende concepten in baanaanleg, reserveringssystemen en clubmanagement die ook internationaal worden overgenomen. Hier vindt u alle artikelen over padel in Nederland.

Padel Nederland

Padel Nederland verwijst naar de snelgroeiende Nederlandse padelgemeenschap en de complete scene rondom de sport in ons land. Padel is in korte tijd uitgegroeid tot een van de populairste racketsporten van Nederland, met naar schatting honderdduizenden actieve spelers en een sterk uitbreidend netwerk van banen en clubs. Waar padel enkele jaren geleden nog een niche was, telt Nederland inmiddels duizenden banen en spelen honderdduizenden mensen maandelijks een partij. De KNLTB, die padel in Nederland organiseert, heeft de ambitie uitgesproken om richting een miljoen beoefenaars te groeien. Opvallend binnen de Nederlandse padelscene is het relatief hoge aandeel vrouwelijke spelers, dat ver boven het gemiddelde van veel andere sporten ligt. De groei van padel in Nederland wordt gedreven door de laagdrempeligheid, het sociale karakter en de snelle leercurve van het spel. Binnen padel Nederland komen recreatieve spelers, competitieteams, clubs en toernooien samen tot een levendige gemeenschap die zich in hoog tempo blijft ontwikkelen en professionaliseren.

EB
Erik Bruinsma

Hoofdredacteur

Erik speelt anderhalf jaar padel en is sindsdien verslaafd. Met een achtergrond in de uitgeverijwereld combineert hij zijn liefde voor publishing met de snelst groeiende sport van Nederland. Padel houdt hem fit, scherp en altijd op zoek naar het volgende potje.

Bekijk profiel →