Negen overdekte padelbanen in een dorp: hoe Pijnacker de Nederlandse padelgroei samenvat
Een bijna ingestort sporthaldak, negen overdekte padelbanen en twee clubs die elkaar geen concurrent noemen. Pijnacker in het klein.

Het dak van de Koos de Vries Sporthal in Pijnacker bezweek afgelopen winter bijna onder een laag sneeuw. Dat klinkt als een verhaal over pech en verzekeringspapieren. Bij voetbalvereniging DSVP werd het de aanleiding voor iets heel anders: deze maand komen er drie padelbanen in die hal, en op zaterdag 5 september gaat hij open.
Sten Richters komt langs voor een demonstratiewedstrijd. Dat is geen willekeurige naam: Richters komt uit Pijnacker en stond dit voorjaar in de finale van het EY NK Padel in Eindhoven, waar hij met Bart van Opstal verloor van Youp de Kroon en Julian Prins. Burgemeester Björn Lugthart padelt zelf ook. De kans dat die twee samen een balletje moeten slaan is aanzienlijk.
Een zaalvoetbalhal zonder zaalvoetballers
Padel hing al een paar jaar in de lucht bij DSVP, vertellen Erwin Rensen en Alex van Holland van de zeskoppige commissie die de plannen uitwerkte. Het sneeuwprobleem bracht het in een stroomversnelling. Het dak wordt nu vernieuwd, en zodra dat klaar is begint de inbouw van de kooien. Alles voor Padel uit Lelystad doet de klus, en die zou binnen een week of drie klaar moeten zijn.
Dat het bestuur even nadenktijd nodig had, is niet gek. Je bouwt niet zomaar een sporthal om. Maar de argumenten stapelden zich op. Zaalvoetbal is bij DSVP nooit echt van de grond gekomen: er is al jaren maar één team. De veldvoetballers weken vroeger 's winters uit naar de hal, maar sinds de kunstgrasvelden er liggen hoeft dat niet meer. Verder werd de hal verhuurd voor badminton, muziek en twirlen. Een hal die vooral gevuld wordt door anderen dan je eigen leden is een hal met een probleem.
Er hadden vier banen in gekund. Het worden er drie, zodat er ruimte overblijft voor andere activiteiten, waaronder de fysiotherapiepraktijk die bij de club zit. De financiering kwam van de leden zelf, via de nieuw opgerichte Stichting Padel DSVP. De opbrengst moet mede de dakvernieuwing betalen.
Wat me opvalt aan de uitwerking is hoe compleet die is voor een vrijwilligersproject. Je kunt een abonnement nemen of per tijdsblok betalen, zeven dagen per week, overdag en 's avonds. Reserveren gaat digitaal, de toegang is geautomatiseerd, en als de kantine dicht is haal je een drankje uit een automaat. Dat is precies het model waarmee commerciële padelclubs de afgelopen jaren marktaandeel pakten. Een voetbalclub die het nadoet, en volgens Rensen en Van Holland tegen aantrekkelijkere tarieven, is nieuw.
Zes banen verderop, en niemand die er wakker van ligt
Elders in hetzelfde dorp gebeurt tegelijk iets groters. Tennisvereniging Pijnacker mag na jaren voorbereiding eindelijk bouwen: zes overdekte padelbanen op het park aan de Sportlaan, waarvoor de club drie tennisbanen inlevert. De omgevingsvergunning is rond en de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft de gemeentegarantie voor de financiering definitief afgegeven. Op een ledenvergadering van 13 juli stemden de aanwezige leden unaniem voor. De bouw begint naar verwachting begin september, de opening staat gepland voor begin 2027, het jaar waarin TVP 65 wordt.
Buitenbanen waren daar niet haalbaar vanwege mogelijke geluidsoverlast. Dat is opmerkelijk, want de rechtspraak beweegt inmiddels de andere kant op. In juni oordeelde een rechter dat padel geen lawaaisport is en dat het gebruik van banen niet in strijd is met het bestemmingsplan. Voor clubs die nú beginnen met plannen maken is dat gunstig nieuws. Voor TVP kwam het te laat, en dus wordt het een hal.
Wat ik opmerkelijk vind: de twee clubs zien elkaar niet als concurrent. Rensen en Van Holland zeggen het zelf, en ze hebben gelijk. De DSVP-banen zijn bedoeld voor eigen leden, ook om voetballers die stoppen langer aan de club te binden. TVP mikt op een breder publiek met lessen en competitie. Negen overdekte banen in één dorp, en beide besturen gaan ervan uit dat ze allebei vol komen te zitten.
Waarom dit dorp het hele verhaal vertelt
Pijnacker is geen uitzondering, het is de regel in het klein. Er staan dit jaar ruim vierhonderd nieuwe padelbanen op de planning in Nederland, ongeveer de helft daarvan onder een dak. Dat is geen toeval: de padelhal-boom is het directe gevolg van vergunningsdiscussies over geluid, plus het simpele feit dat je binnen twaalf maanden per jaar kunt verhuren in plaats van acht.
En het is ook het antwoord op iets anders. Ongeveer honderd van de 1.650 tennis- en padelverenigingen in Nederland hanteert inmiddels een wachtlijst, sommige met meer dan 150 namen erop. Wij schreven vorige week over wat een clubbestuur aan zo'n ledenstop kan doen. Pijnacker heeft die vraag op de meest directe manier beantwoord: bijbouwen, twee keer, tegelijk.
Zit je zelf in een bestuur dat met dezelfde vraag worstelt, dan is onze gids over een padelbaan aanleggen een goed startpunt: kosten, afmetingen, ondergrond en vergunning op een rij.
Waar ik benieuwd naar ben is wat er over twee jaar gebeurt. Twee clubs die allebei uitgaan van volle banen, in een dorp waar het overdekte aanbod in anderhalf jaar van nul naar negen banen gaat. Dat gaat een keer knellen, en dan wordt de vraag niet meer of er genoeg vraag is, maar wie het beste product levert. Ik denk dat de vereniging die het scherpst nadenkt over daluren, jeugd en lesaanbod die strijd wint, niet degene met de meeste banen.
Voorlopig is er vooral iets te vieren. Op 5 september slaat een NK-finalist de eerste bal in een hal die is gebouwd voor zaalvoetbal dat er nooit kwam.
Gerelateerde padeltopics
Padel clubs vormen het fundament van de Nederlandse padelsport en zijn de plekken waar spelers samenkomen om te spelen, te leren en deel uit te maken van de padelgemeenschap. In 2025 telde Nederland 627 speellocaties met in totaal 2.828 banen, en beide cijfers groeien gestaag. Padelclubs varieren van standalone padelcentra met uitsluitend padelbanen tot multisportaccommodaties waar padel naast tennis en fitness wordt aangeboden. Commerciele aanbieders hebben gemiddeld 5,7 banen per locatie, tegenover 4,5 bij verenigingen. Noord-Brabant telt de meeste banen in het land met 618, terwijl Noord-Holland koploper is in commerciele centra. Veel clubs werken met een abonnementssysteem of bieden de mogelijkheid om per uur te boeken via platforms als Playtomic. De keuze voor een padelclub hangt af van locatie, baankwaliteit, trainingsaanbod, competitiemogelijkheden en sociale sfeer. Padel clubs spelen ook een belangrijke rol in de organisatie van lokale toernooien, KNLTB-competities en sociale evenementen. Voor Nederlandse padelfans is de lokale padelclub het vertrekpunt van hun padelavontuur en de thuisbasis voor hun sportieve en sociale leven.
Padel Nederland verwijst naar de snelgroeiende Nederlandse padelgemeenschap en de complete scene rondom de sport in ons land. Padel is in korte tijd uitgegroeid tot een van de populairste racketsporten van Nederland, met naar schatting honderdduizenden actieve spelers en een sterk uitbreidend netwerk van banen en clubs. Waar padel enkele jaren geleden nog een niche was, telt Nederland inmiddels duizenden banen en spelen honderdduizenden mensen maandelijks een partij. De KNLTB, die padel in Nederland organiseert, heeft de ambitie uitgesproken om richting een miljoen beoefenaars te groeien. Opvallend binnen de Nederlandse padelscene is het relatief hoge aandeel vrouwelijke spelers, dat ver boven het gemiddelde van veel andere sporten ligt. De groei van padel in Nederland wordt gedreven door de laagdrempeligheid, het sociale karakter en de snelle leercurve van het spel. Binnen padel Nederland komen recreatieve spelers, competitieteams, clubs en toernooien samen tot een levendige gemeenschap die zich in hoog tempo blijft ontwikkelen en professionaliseren.
Padelbanen zijn de speelvelden waarop padel wordt gespeeld: een omsloten kooi van 20 bij 10 meter, opgebouwd uit gehard glas en gaas, met kunstgras als ondergrond en een net dat de baan in twee helften verdeelt. De wanden horen bij het spel — na een stuit mag de bal vanaf het glas worden teruggespeeld, en juist dat maakt padel toegankelijk voor beginners en tactisch complex voor gevorderden. In Nederland groeit het aantal padelbanen snel. Nieuwe banen verschijnen zowel outdoor bij tennisverenigingen als indoor in bestaande panden: oude ijshallen, fabriekshallen en loodsen worden omgebouwd tot padelcentra. Die indoorgroei lost het grootste knelpunt op — spelen in de winter en 's avonds — maar loopt vaak via een omgevingsvergunning, omdat het geluid van padelbanen in woonwijken tot bezwaren leidt. Bij de aanleg zijn het glas, de verlichting en het type kunstgras bepalend voor de speelsnelheid; Mondo is in die markt officieel baanpartner van de FIP. Wie een club zoekt, let vooral op het aantal padelbanen, de openingstijden en of de banen overdekt zijn.
Een padelhal is een overdekte accommodatie waarin padelbanen onder een dak liggen, zodat er het hele jaar door en bij elk weertype gespeeld kan worden. In Nederland is de padelhal in korte tijd de dominante bouwvorm geworden: van de 426 nieuwe padelbanen die in 2026 op de planning staan, komen er 241 onder een dak te liggen, ruim de helft dus. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste de geluidsoverlast. Buitenbanen leiden regelmatig tot klachten van omwonenden en daarmee tot verplicht akoestisch onderzoek en geluidsschermen, terwijl een hal het geluid vanzelf opvangt. Ten tweede de exploitatie: een baan die twaalf maanden per jaar verhuurd kan worden, verdient zichzelf sneller terug. Een typische padelhal van rond de duizend vierkante meter biedt ruimte aan vier tot zes banen, met een vrije speelhoogte van minimaal acht meter. Recente Nederlandse voorbeelden zijn Poort Padel in Almere met dertien banen en een geplande hal in Tilburg die het grootste padelcentrum van de Benelux moet worden.
Sten Richters is de nummer een van het Nederlandse herenpadel en een van de meest ambitieuze spelers van zijn generatie. De linkspeler uit Zoetermeer, geboren op 16 april 1999 en 1,86 meter lang, voert de KNLTB-ranglijst aan met 15.060 punten, ruim het dubbele van de nummer twee. Op de FIP-wereldranglijst van 10 augustus 2026 staat Sten Richters 123e met 476 punten, vlak bij zijn carrierebeste van plek 120. In 2026 reist hij de wereld over op de Cupra FIP Tour en boekte hij toernooiwinst in Melbourne en Tbilisi, plus finaleplaatsen in Belfast, Dronten, Madeira en Eidsvoll. Zijn huidige vaste partner is de Zweed Albin Olsson. Richters wordt gecoacht door Rene Lindenbergh en Leander van der Vaart en maakt deel uit van Team NOX en het NLPadel-elitesportprogramma. Zijn spel kenmerkt zich door fysieke kracht en een agressieve linkerkant. Met het EK Padel 2027 in eigen land op de kalender is Richters een sleutelspeler voor het Nederlandse team.
Hoofdredacteur
Erik speelt anderhalf jaar padel en is sindsdien verslaafd. Met een achtergrond in de uitgeverijwereld combineert hij zijn liefde voor publishing met de snelst groeiende sport van Nederland. Padel houdt hem fit, scherp en altijd op zoek naar het volgende potje.
Bekijk profiel →Lees meer over DSVP

Elf padelbanen in de oude Leidse ijshal, en over een paar jaar staat er een woonwijk

Padelhal-boom: 241 van de 426 nieuwe padelbanen in 2026 komen onder een dak

Wachtlijsten tot zes jaar: waarom Nederlandse padelclubs massaal op slot gaan

Ledenstop padel: dit kan een clubbestuur doen aan de wachtlijst
Laatste padelnieuws

Thijs Roper speelt FIP Gold Belgrado tussen twee splinternieuwe topkoppels

Padel in Taranto: de rij voor handtekeningen zegt meer dan de uitslagen

WK padel Doha: Paraguay en Chili plaatsen zich, Nederlandse mannen wacht Madrid

FIP Gold San Luis: Rubini pakt revanche in drie sets, Martinez en Peralta draaien de finale om
Meest gelezen padelnieuws

Najaarscompetitie padel 2026: de speeldata, de poule-indeling en zo bereid je je team voor

WK padel 2026 in Doha: programma, deelnemers en de Nederlandse kansen

Nike onthult eerste padelrackets op NOCTA Manor: Command, Attack en Balance

Eleana Bakker wint in Mol: Nederlands talent pakt titel onder 14 bij FIP Promises