Is padel olympisch? De stand van zaken richting Brisbane 2032
Padel is nog geen olympische sport, maar heeft dit jaar de laatste formele toelatingseis afgevinkt. Hoe het olympische toelatingsproces werkt, wat het IOC in 2026 besluit en waarom Brisbane 2032 lastiger wordt dan het lijkt.

Het is een van de meest gestelde vragen over deze sport, en het antwoord verandert sneller dan de meeste artikelen erover suggereren. Padel groeit hard, staat inmiddels op het programma van vier continentale multisportevenementen, en heeft dit jaar de laatste formele toelatingseis afgevinkt. Toch is het antwoord op de vraag zelf nog steeds nee.
Kort antwoord: padel is op dit moment geen olympische sport. Het staat niet op het programma van Los Angeles 2028, dat al vaststaat. Brisbane 2032 is het eerste realistische moment, en juist daarover neemt het IOC dit jaar een belangrijk besluit.
In deze gids leggen we uit hoe een sport het olympische programma binnenkomt, waar padel nu precies staat, wat er dit jaar wordt besloten en waarom de kans kleiner is dan de optimistische berichtgeving doet vermoeden.
Hoe komt een sport op het olympische programma?
Hier gaat het in de meeste discussies al mis, want er zijn twee verschillende routes en ze worden voortdurend door elkaar gehaald.
Route 1: het initiële programma
Dit is de vaste kern van de Spelen — atletiek, zwemmen, tennis, judo en de rest. Dat programma wordt vastgesteld door een IOC-sessie, in beginsel zeven jaar voor de betreffende editie. Een sport die daar tussen wil komen, moet een andere sport verdringen, en dat gebeurt zelden.
Route 2: additional sports
Sinds de hervormingen van Olympic Agenda 2020 mag het organisatiecomité van de gaststad zelf een of meer extra sporten voorstellen voor zijn eigen editie. Dat is de deur waardoor skateboarden, surfen en sportklimmen in Tokio binnenkwamen, en waardoor cricket, flag football, lacrosse, squash en honkbal/softbal in oktober 2023 door de IOC-sessie in Mumbai werden goedgekeurd voor Los Angeles 2028.
Dit is de enige realistische route voor padel. En het is belangrijk om te weten dat zo'n toevoeging geldt voor één editie — het is geen permanente plek op het programma.
Een hardnekkig misverstand mag hier meteen weg. Je leest vaak dat een sport "in minimaal 75 landen op vier continenten" beoefend moet worden om olympisch te kunnen worden. Die drempels stonden in het oude Olympisch Handvest, maar zijn met Agenda 2020 losgelaten. Het IOC beoordeelt kandidaten tegenwoordig per editie op een breder pakket: wereldwijde spreiding, jeugdaantrekkingskracht, governance, antidopingbeleid, kosten, en de vraag of de sport past bij het gastland. Dat maakt het proces flexibeler, maar ook aanzienlijk minder voorspelbaar — een vaste checklist die je kunt afvinken bestaat niet meer.
Waar padel nu staat: erkend, maar niet olympisch
Padel heeft de afgelopen jaren de formele stappen gezet die nodig zijn om überhaupt kandidaat te kunnen zijn.
De International Padel Federation (FIP) is door het IOC erkend en aangesloten bij ARISF, de koepel van door het IOC erkende internationale federaties die (nog) geen olympische sport vertegenwoordigen. Dat is de wachtkamer, en padel zit erin.
Belangrijker was de stap van 16 juli van dit jaar: de FIP werd officieel signatory van de World Anti-Doping Code, na een traject van twee jaar met het International Testing Agency. Dat klinkt als papierwerk, maar het is een keiharde toelatingseis — zonder die handtekening hoefde padel bij het IOC niet aan te kloppen. We schreven er destijds uitgebreid over in dit artikel over de WADA-status.
Verder heeft de FIP inmiddels bijna honderd aangesloten nationale federaties. Volgens de eigen cijfers van de federatie wordt er in ruim driekwart van de VN-lidstaten gepadeld, door meer dan 35 miljoen spelers, op meer dan 80.000 banen wereldwijd.
Wat padel dus niet meer mist: een schone governance, een antidopingkader, een wereldwijd competitiesysteem en groeicijfers. Wat het nog wel mist: een plek.
De multisportevenementen die padel al wél heeft
Het argument dat de FIP het hardst maakt richting het IOC is dat padel zich al bewezen heeft op olympisch georganiseerde evenementen. Die lijst is inmiddels serieus:
- Zuid-Amerikaanse Spelen 2022 — georganiseerd door ODESUR, de eerste grote multisportstap
- European Games 2023 — georganiseerd door de Europese Olympische Comités, padel als medaillesport in Krakau
- Middellandse Zeespelen 2026 — padel op het programma
- Aziatische Spelen — in november 2025 erkende de Olympic Council of Asia padel officieel als sport, met opname op het programma van de komende edities
Die laatste is de belangrijkste, en niet alleen symbolisch. Azië was precies de regio waar padel te dun vertegenwoordigd was om een spreidingsargument te kunnen maken. Dat is snel veranderd: het continent telt inmiddels ruim 4.600 banen bij zo'n 1.700 clubs in meer dan dertig landen. De eerstvolgende momenten staan al op de kalender — de Asian Beach Games in Sanya (22 tot 30 april 2026) en de Aziatische Spelen in Aichi-Nagoya, Japan (19 september tot 4 oktober 2026).
FIP-voorzitter Luigi Carraro noemde de Aziatische erkenning "een historische stap", en in dit geval is dat geen persbericht-inflatie. Vier continenten met een multisportpodium is precies het soort dossier dat je bij het IOC op tafel wilt leggen.
Brisbane 2032: wat er dit jaar wordt besloten
En dan het besluit waar het dit jaar om draait.
Het IOC-bestuur besloot in maart 2025 dat het initiële sportprogramma voor Brisbane 2032 wordt vastgesteld tijdens een IOC-sessie in 2026 — ongeveer zes jaar voor de Spelen, in plaats van de gebruikelijke zeven. De reden was praktisch: Brisbane had meer tijd nodig om zijn sportinfrastructuur en de bijbehorende bouwprojecten te valideren voordat het programma zou worden vastgeklikt.
Twee dingen zijn daarbij van belang voor padel.
Ten eerste: het gaat hier om het initiële programma — de kernsporten. Padel zit daar vrijwel zeker niet bij, en dat is geen slecht nieuws. De route voor nieuwe sporten loopt via het voorstel van het organisatiecomité.
Ten tweede: het organisatiecomité van Brisbane 2032 krijgt de gelegenheid om, ná de vaststelling van het initiële programma, een of meer extra evenementen uit nieuwe sporten voor te stellen. Op welke datum dat mag, is nog niet bepaald. Ter kalibratie: bij Los Angeles gebeurde dat ongeveer vijf jaar voor de Spelen. Vertaald naar Brisbane zou dat ergens rond 2027 uitkomen, maar dat is een schatting op basis van precedent, geen aangekondigde termijn.
Wat je dit jaar dus moet volgen, is niet zozeer of padel erin komt — die vraag komt later — maar hoe groot het programma wordt. En daar zit het probleem.
Waarom het toch lastig wordt
Hier wijkt deze gids af van het optimisme dat je in de meeste padelmedia leest. Drie factoren werken tegen.
1. Het IOC wil krimpen, niet groeien
De belangrijkste. Er ligt bij het IOC nadrukkelijk een opdracht om het programma van Brisbane compacter te maken: minder atleten, minder venues, lagere kosten. Elke toegevoegde sport kost quotaplaatsen die ergens anders vandaan moeten komen. In een editie waarin de rekenmachine leidend is, is "wij zijn de snelst groeiende sport ter wereld" een minder sterk argument dan het klinkt.
2. De concurrentie is groot en heeft een voorsprong
Cricket, flag football, lacrosse, squash en honkbal/softbal debuteren in 2028. Sporten die net gedebuteerd zijn, hebben een natuurlijk voordeel: er ligt een infrastructuur, er is een format, en er is momentum. Cricket heeft bovendien in Australië een thuispubliek en een commerciële motor die weinig sporten kunnen evenaren. Daarnaast dienden nog eens ruim tien sporten een claim in voor Brisbane, waaronder netball, rugby league nines, touch football, breaking, karate en reddingszwemmen — sporten met een sterke Australische verankering.
3. Padel is nog te Europees en te Latijns-Amerikaans
De concentratie is extreem: Spanje, Argentinië, Italië, Zweden en Nederland leveren een onevenredig groot deel van de spelers, de banen en het geld. Australië, het gastland, is een relatief kleine padelmarkt. Dat het IOC een sport toevoegt die in het gastland nauwelijks wordt gespeeld, is historisch zeldzaam.
Wat het voor Nederland zou betekenen
Voor de Nederlandse padeller is dit geen abstracte kwestie. Olympische status verandert de geldstromen. Sporten op het olympische programma krijgen via NOC*NSF structureel meer middelen voor topsportprogramma's, en dat werkt door naar talentontwikkeling, trainerskwaliteit en het aantal internationale wedstrijden dat een Nederlandse speler per jaar kan spelen.
Dat laatste is precies waar het Nederlandse padel op dit moment tegenaan loopt. Het talent is er; wat ontbreekt is het aantal wedstrijden op niveau. Nederland organiseert in 2027 het EK padel, en dat soort toernooien zijn niet toevallig ook de bouwstenen van het olympische dossier van de FIP. Hoe het WK voor landenteams in elkaar zit, leggen we uit in onze gids over de FIP World Cup. En wie wil begrijpen hoe het profcircuit daarnaast is georganiseerd, leest zo werkt Premier Padel.
Veelgestelde vragen
Was padel te zien op Parijs 2024 of komt het op LA 2028?
Nee, in beide gevallen niet. Het programma voor Los Angeles 2028 is definitief en padel staat er niet op.
Wat is het verschil tussen olympische erkenning en olympische sport?
Erkenning door het IOC — de status die de FIP via ARISF heeft — betekent dat het IOC de federatie als legitieme bestuurder van de sport beschouwt. Het geeft geen recht op deelname aan de Spelen. Er zijn tientallen erkende sporten die nooit op het programma staan, van schaken tot bergbeklimmen.
Wanneer weten we of padel naar Brisbane gaat?
Niet dit jaar. In 2026 stelt het IOC het initiële programma vast; het voorstel voor eventuele extra sporten volgt daarna, op een nog te bepalen moment. Realistisch gezien valt de knoop over padel dus pas in de jaren daarna door.
Helpt de opname in de Aziatische Spelen?
Ja, en dit is waarschijnlijk de nuttigste stap van de afgelopen jaren. Het lost precies het zwakste punt in het dossier op: de geografische concentratie. Vier continentale multisportevenementen op de teller is een wezenlijk ander verhaal dan twee.
Zou het olympische padel er hetzelfde uitzien als Premier Padel?
Vermoedelijk niet helemaal. Olympische racketsporttoernooien zijn kort, met kleine tableaus en nationale teams in plaats van vaste koppels. Dat zou betekenen dat spelers hun vaste partner mogelijk moeten inruilen voor een landgenoot — een dynamiek die we in de gids over het koppelsysteem uitleggen.
Conclusie
Padel heeft in vier jaar tijd de complete formele route afgelegd: IOC-erkenning, WADA-signatory, bijna honderd nationale federaties en een plek op de multisportprogramma's van vier continenten. Op papier is het dossier af.
Wat rest is sportpolitiek, en die is minder gunstig dan het enthousiasme in de sport doet vermoeden. Het IOC wil Brisbane kleiner maken, niet groter. De vijf nieuwkomers van 2028 hebben een voorsprong. En Australië is geen padelland.
Mijn verwachting: padel komt er uiteindelijk, maar niet in Brisbane. De sport heeft nog één cyclus nodig om buiten Europa en Latijns-Amerika echt volume te maken — en de Aziatische Spelen van 2026 en 2030 zijn precies het podium waarop dat gebeurt. Als padel in Aichi-Nagoya een goed toernooi neerzet en de Aziatische banenaantallen blijven groeien zoals nu, is 2036 een sterker verhaal dan 2032 ooit had kunnen zijn. Dat is geen pessimisme. Dat is de rekensom die het IOC ook maakt.

Editor
Alejandro (32) groeide op in het Madrileense stadsdeel Chamberí, waar hij als kind al op de padelbaan stond met zijn oom Ricardo. Na zijn studie journalistiek aan de Universidad Complutense verhuisde hij in 2019 naar Amsterdam voor de liefde. Wat begon als gemis naar de Spaanse padelbanen werd al snel een missie: het Nederlandse publiek laten zien hoe groot padel écht is. Met zijn netwerk in het Spaanse padelcircuit en vloeiend Nederlands (met een licht accent, zegt hij zelf) schrijft hij over alles van Premier Padel-toernooien tot de opkomst van jong talent. Buiten het schrijven speelt hij competitie bij zijn lokale club in Amsterdam-Oost en droomt hij van een terugkeer naar het P2-circuit — als journalist, welteverstaan.
Bekijk profiel →


